En ik loop hier alleen

En ik loop hier alleen, in een te stille stad. Met of zonder huisgenoot, op onze zogenoemde stupid little walk. Het uitje van de dag is tegewnoordig de medicijnen ophalen bij de apotheek, waar de desinfectie extra stinkt. In de Lange Hezel kijk ik omhoog, waar kraaien en meeuwen geluidloos bestuderen hoe mensen op weg zijn naar niks. Zouden zij merken dat het anders is?

De Waal is hetzelfde als altijd, iets grijzer misschien, maar dat komt door het weer. Boten vragen, meren aan. Ergens wordt al een tijd slib opgegraven. Ik blijf een tijdje staan kijken. De mannen houden koffiepauze en turen naar de kade. Ik zwaai.

Een stukje verderop gluurt de zon tussen een spleet in twee flatgebouwen door. Als ik op de verhoging sta schijnt de zon precies op mijn lijf. Wanneer ik omkijk beweegt mijn schaduw mee met het onrustige water.

Tegenwoordig sla ik vroegtijdig af naar het centrum door met de trap langs het casino omhoog te gaan, in plaats van mezelf de lange Voerweg op te slepen. Ooit besloot ik daar in een rotvaart vanaf te skaten. Sindsdien is die weg onlosmakelijk verbonden met de herinnering aan een bijna-doodervaring. Op de zijkant van het casino is een schildering gemaakt van Theopanu, iets te doen met lang geleden, Otto III en een bad. Mijn huisgenoot ontcijfert het verhaal terwijl ik de verfstreepjes bestudeer.

Het laatste stukje interesseert me nooit. Links, rechts, de citaten op de ramen van de bieb lezen, nog een keer rechts en ik ben weer thuis. Deur open, hopen op post die er niet is, en kruip weer achter m’n laptop. Eigenlijk was dat fijn, een rondje doen. Morgen weer?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *